Kort antwoord
Valt je hooivoorraad tegen, vul dan aan met producten die vezels leveren en niet met extra krachtvoer. Welke bron past, hangt af van je paard: grasproducten, luzerne of geweekte brokken hebben elk hun plek. Houd de ondergrens van 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof per dag aan en bouw elke wisseling op in tien tot veertien dagen.
Je loopt eind augustus langs de hooiberg, telt de balen, en denkt: ga ik dit redden tot het voorjaar? Na deze zomer stellen meer mensen die vraag dan anders. De droogte heeft op veel plekken flink wat opbrengst gekost, en de verschillen tussen percelen zijn groot.
Het goede nieuws is dat je hier iets aan kunt doen. Het minder goede nieuws is dat de meest voor de hand liggende oplossing, gewoon wat extra brok, niet de meest optimale is. Hieronder lees je wat wél werkt, en waar je bij elke oplossing op moet letten.
Hoeveel ruwvoer heeft je paard eigenlijk nodig?
Begin bij een getal, niet bij een gevoel. De ondergrens die zowel in de internationale voedernormen als in de praktijkadviezen van paardendierenartsen terugkomt, is minimaal 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof per dag.
Voor een paard van 600 kg betekent dat minimaal 9 kg droge stof. Hooi bestaat voor 80 tot 90% uit droge stof, dus in de praktijk kom je uit op zo’n 10,5 kg hooi per dag. En dat is het minimum, niet het streven.
Weeg één keer wat er echt in je hooinet gaat. Bijna iedereen die dat voor het eerst doet, schrikt een beetje. Vaak schatten we er structureel naast wat ons paard daadwerkelijk gevoerd krijgt, en vaak is deze ruwvoergift ook te laag. Zonder die weging blijft alles wat hierna komt giswerk.
Wat zeggen onderzoekers over hooitekorten?
Deze vraag speelt allang niet meer alleen op stal. In de wetenschap wordt er ook over nagedacht, en de rode draad is dat we breder moeten leren kijken dan hooi alleen.
Eerder dit jaar spraken twee Britse onderzoekers zich hierover uit: dr. Simon Daniels van de Royal Agricultural University en prof. Meriel Moore-Colyer van Hartpury University. Zij verwachten dat wisselvallige weerjaren voorlopig niet weggaan en dat de sector daarom moet nadenken over andere ruwvoervormen. Voordroog bijvoorbeeld, dat je eerder in het seizoen kunt oogsten wanneer er nog vocht in de grond zit en er nog wat meer regenval is. En luzerne, dat je in ons klimaat betrouwbaar kunt telen en conserveren. Daniels wijst op Duitse stoeterijen die om die reden meer luzernehooi zijn gaan maken.
Wat ze er allebei bij zeggen, is minstens zo belangrijk. Niemand hoeft te stoppen met hooi voeren en niemand hoeft zijn rantsoen opnieuw uit te vinden. Het gaat om kleine verschuivingen: een deel hooi, aangevuld met een deel van iets anders. Daniels merkt daarnaast op dat veel eigenaren onderschatten hoeveel energie er uit ruwvoer te halen valt, waardoor er onnodig krachtvoer bij gaat. Een ruwvoeranalyse helpt daar meer bij dan je zou denken.
Waarmee kun je aanvullen?
Er is niet één juist antwoord. Er zijn vier routes, en de beste keuze hangt af van welk paard er voor je staat.
Grasproducten. Gedroogd gras in mix- of brokvorm ligt qua samenstelling het dichtst bij het hooi dat je al voert. Dat maakt het de veiligste keuze als je paard goed loopt op wat het krijgt en je alleen een gat in de hoeveelheid moet dichten. Ook praktisch: de kwaliteit is constant, wat in een jaar met wisselvallig hooi op zichzelf al waarde heeft.
Luzerne. Eiwitrijker en calciumrijker dan gras, en daardoor vooral interessant als je ruwvoer slecht uit de analyse komt of als je paard eiwit kan gebruiken voor spieropbouw en herstel. Luzerne is bovendien droogtebestendig, dus juist in een krap jaar goed leverbaar. Het is geen universele oplossing en er zitten haken aan; die benoemen we verderop in het artikel.
Geweekte brokken en pellets. Gras- of luzernebrok die je weekt, is een uitkomst voor oudere paarden, paarden met gebitsproblemen en paarden die gevoelig zijn voor stof. Je krijgt er bovendien vocht mee naar binnen, wat in de winter geen overbodige luxe is.
Stro, maar met mate. Stro levert vezels en kauwtijd voor weinig geld, en vult 10 tot 30% van de portie bij paarden die anders te veel energie binnenkrijgen. Voedingsstoffen levert het nauwelijks, dus als hoofdvervanger van je hooi is het geen optie. Daarnaast kan stro verstoppingskoliek veroorzaken. Dit risico ontstaat wanneer het spijsverteringsstelsel moeite heeft met het product te fermenteren. Bouw het ook rustig op: een grote hoeveelheid stro ineens is niet zonder risico.
Wat op alle vier van toepassing is: vul een gat in het ruwvoer aan met ruwvoer, niet met krachtvoer. Krachtvoer levert wel energie, maar geen kauwtijd en geen darmvulling.
Luzerne: wat het wel doet, en wat de kritiek is
Luzerne is de laatste jaren nogal een discussieonderwerp geworden. Bij voorstanders is het de oplossing voor alles, bij andere wordt het afgeraden. Allebei die posities zijn te stellig. Dit is wat er werkelijk over bekend is.
Wat luzerne goed doet. Het is eiwitrijk en levert de essentiële aminozuren die je paard nodig heeft voor spieropbouw en herstel. Het bevat van nature weinig suiker en geen zetmeel. Het geeft structuur en dus kauwtijd, en het buffert maagzuur beter dan grashooi.
Het calciumverhaal. Luzerne staat erom bekend dat het van nature rijk is aan calcium (ongeveer 1,3%), wat een directe invloed heeft op de calcium-fosforverhouding (Ca:P) in het rantsoen. Idealiter ligt deze verhouding tussen de 1,4:1 en 2:1. Een ratio van 1,2:1 tot 3,5:1 is alleszins aanvaardbaar. Verhoudingen tot wel 1:6 (met een aanzienlijk hogere calciuminname) zijn eventueel toegestaan, maar uitsluitend als er voldoende vitamine D in het rantsoen aanwezig is. Bij veulens, jonge paarden en drachtige of lacterende merries ligt dat echt anders: daar moet de verhouding netjes tussen ongeveer 1:1 en 2:1 blijven. Door de groei en lactatie moet er namelijk meer gelet worden op de calcium/fosfor verhouding.
Voor welk paard is luzerne wel of juist geen logische keuze?
Als vuistregel: luzerne past goed bij paarden die eiwit kunnen gebruiken. Sportpaarden in herstel, oudere paarden die spiermassa verliezen, en paarden die op ruwvoer lopen dat laag in eiwit is uitgevallen.
Twijfel je? Gebruik dan het gratis voeradvies van Hartog of leg je ruwvoeranalyse voor aan een voedingsdeskundige. Dan denken wij graag met je mee.
Nog één ding dat vaak door elkaar loopt: een luzernemix is niet hetzelfde als alleen luzerne. In een mix zit luzerne gecombineerd met andere vezelbronnen, waardoor het eiwit- en calciumgehalte per kilo lager uitvalt dan bij luzernehooi. Kijk altijd naar de analyse van wat jij daadwerkelijk in de emmer doet.
Wat doe je dan wel?
Begin met tellen. Weeg je dagelijkse hooiportie, tel je balen, deel het aantal kilo’s door je dagbehoefte en je weet tot welke datum je komt. Vanaf dat moment praat je over een gat in kilo’s in plaats van in onderbuikgevoel, en dat rekent een stuk prettiger.
Laat vervolgens je hooi analyseren. In een droog jaar kan de samenstelling afwijken van wat je gewend bent, en kan een analyse waardevol zijn. Het bepaalt bovendien welke aanvulling logisch is: valt je hooi laag uit in eiwit, dan is luzerne interessant. Zit je eiwit prima, dan is kan een grasproduct de betere keuze zijn als aanvulling.
Kies daarna je aanvulling. Binnen ons assortiment zijn de volgende producten geschikt als aanvulling op je ruwvoerrantsoen:
- Hartog Compact Grass, Hartog Grass Mix en Hartog Grass Pellets: gedroogd gras, dicht bij je hooi en zonder luzerne.
- Hartog Lucerne Mix en Hartog Lucerne Plus: vezelrijke luzerne mixen zonder granen en zonder zetmeel. De Hartog Lucerne Plus is bovendien melassevrij en verrijkt met lijnzaadolie.
- Hartog Haycobs en Hartog Grass Pellets: geschikt om te weken, praktisch bij gebitsproblemen of stofgevoeligheid.
- Hartog Senior: voor oudere paarden die lang, stengelig hooi moeilijk verwerken.
En vergeet tot slot de vitaminen en mineralen niet. Ruwvoer en ruwvoerproducten bevatten meestal geen toegevoegde vitaminen en mineralen. Krijgt je paard weinig of geen krachtvoer, vul dan aan met een balancer zoals Hartog Essential.
Drie valkuilen
- Te snel wisselen. De darmflora van je paard heeft tijd nodig om zich aan te passen, dus bouw elke verandering op over tien tot veertien dagen. Een abrupte overstap is een bekende risicofactor voor koliek, en dat is precies wat je in een krap jaar niet kunt gebruiken.
- Alles op één vezelbron gooien. Een rantsoen dat voor de helft uit één product bestaat, is kwetsbaar: voor de mineralenbalans, voor de smaak, en voor het geval dat product tegenvalt of niet leverbaar is. Meng liever bij een tekort twee bronnen naast je hooi dan één in grote hoeveelheid.
- Het gat dichten met extra krachtvoer. Heel begrijpelijk, want het is de makkelijkste knop om aan te draaien. Maar het is de omgekeerde volgorde: ruwvoer is de basis, krachtvoer vult aan. Bij een hooitekort verandert die volgorde niet, hij wordt alleen belangrijker.
Veelgestelde vragen
Hoeveel hooi heeft mijn paard minimaal per dag nodig? Reken op minimaal 1,5% van het lichaamsgewicht aan droge stof. Voor een paard van 600 kg is dat 9 kg droge stof, oftewel ongeveer 10,5 kg hooi bij een drogestofgehalte van 85%. Meer mag; minder is af te raden.
Waarmee kan ik hooi het beste aanvullen? Met producten die vezels leveren. Gedroogd gras ligt qua samenstelling het dichtst bij hooi en is de veiligste keuze. Luzerne is interessant als je ruwvoer laag in eiwit is uitgevallen. Geweekte brokken passen bij oudere of stofgevoelige paarden. Stro kan een klein deel vullen, maar is geen vervanger.
Is luzerne slecht voor mijn paard? Nee, maar het is ook niet voor elk paard de beste keuze. Luzerne is eiwit- en calciumrijk, wat gunstig is voor paarden die dat kunnen gebruiken en minder logisch voor veulens en fokmerries. Voor veulens en fokmerries kan beter een andere vorm gekozen worden, zoals bijvoorbeeld een luzernebrok.
Waarom is luzerne in een droog jaar wel beschikbaar? Luzerne heeft een diep wortelstelsel en kan daardoor vocht opnemen uit bodemlagen die voor gras onbereikbaar zijn. Het gewas is daardoor minder droogtegevoelig dan grasland.
Hoe snel mag ik overstappen op een ander ruwvoerproduct? Bouw op in tien tot veertien dagen: begin met een klein deel van de nieuwe portie en vervang stapsgewijs. Zo krijgt de darmflora de tijd om zich aan te passen.
Bronnen
- Horse & Hound, 21 februari 2026, Beyond the bale: alternative forage sources for horses, met dr. Simon Daniels (Royal Agricultural University) en prof. Meriel Moore-Colyer (Hartpury University)
- Mad Barn, Calcium and Phosphorus in the Equine Diet
- nl, Ruwvoer voor alle paarden