Horse in the pasture

Help! Mijn paard heeft wormen

Wormbesmetting bij paarden

Wormbesmettingen worden vaak onderschat, terwijl ze ernstige gevolgen kunnen hebben voor een paard. Symptomen die kunnen wijzen op een wormbesmetting zijn koliek, diarree, zweertjes in de mond, gewichtsverlies en/of een slechtere conditie. Afhankelijk van de soort worm en de mate van besmetting kan het paard zelfs overlijden als er niet op tijd wordt ingegrepen.

Bijna elk paard heeft in feite wel een vorm van wormen in het lichaam. Pas als de wormen in grote aantallen in het lichaam van het paard voorkomen, spreken we van "een paard met wormen" of een "wormbesmetting". Paarden raken besmet met wormen wanneer ze eten, drinken of likken, waardoor ze larven binnenkrijgen die vervolgens hun favoriete plek in het lichaam opzoeken. Zodra de larven zich tot wormen ontwikkelen, keren ze terug naar het maag-darmkanaal. Deze wormen leggen eitjes in de darmen, die met de mest worden uitgescheiden, waardoor andere paarden gemakkelijk besmet kunnen raken. Ondertussen beschadigt de volwassen worm de darmwand, wat kan leiden tot bacteriële infecties, diarree en bloed in de mest.

Wormbesmettingen bij paarden voorkomen

De meeste wormbesmettingen ontstaan in de wei. Als er eenmaal een besmetting in je wei zit, kan het lang duren voordat die weer wormvrij is. Goed weidebeheer is daarom erg belangrijk. Dit kun je doen om je wei goed te onderhouden:

  • Verwijder de mest regelmatig (minstens één keer per week).
  • Houd het aantal paarden per oppervlakte laag (lage bezettingsgraad).
  • Geef de weides periodes van rust (wisselbeweiding).
  • Laat andere diersoorten in de wei grazen.
  • Overweeg om het gras te maaien of hooi/kuil te maken.

Als je andere diersoorten (zoals schapen) in de wei laat grazen, eten zij de larven op en helpen ze die uit het grasland te halen. Wormen zijn diersoortspecifiek: paardenwormen besmetten schapen niet en andersom. Een andere optie is het grasland maaien, maar let op dat er geen larven in het gras achterblijven als je de paarden weer terugzet. Ook als je de wei gebruikt voor hooi of kuil, helpt dat om wormlarven te doden door het drogen of het verzuringsproces.

Je paard ontwormen

Voorkomen is het beste, maar soms is het nodig om je paard te ontwormen. Doe dit wel met zorg, zodat er geen resistentie ontstaat. Om resistentie te voorkomen, zijn er een paar punten om rekening mee te houden:

  • Laat regelmatig een mestonderzoek bij je paard uitvoeren (bij voorkeur bij alle paarden tegelijk).
  • Ontworm alleen als het nodig is, op basis van de uitslag van de mestonderzoeken (EPG-test).
  • Gebruik het juiste ontwormingsmiddel voor jouw paard.
  • Ontworm op het juiste moment.
  • Zorg tijdens het ontwormen voor de juiste dosering; te veel is meestal niet schadelijk, maar te weinig kan onvoldoende werken.
  • Vaak wordt aangeraden paarden jaarlijks te ontwormen, bij voorkeur in november, met een middel dat gericht is op lintwormen.

Je dierenarts weet het meest over de werking van verschillende middelen, de juiste dosering voor jouw paard en het juiste moment. Overleg daarom altijd met je dierenarts. Bij een flinke besmetting kan je dierenarts een specifieke ontwormingskuur voorschrijven.

Voor paarden van drie jaar en jonger geldt een uitzondering op deze richtlijnen. Jonge paarden zijn gevoeliger voor wormbesmettingen en hebben mogelijk vaker controle en/of ontworming nodig.

Terug naar blog

Voertips, rechtstreeks in je inbox

Seizoensadvies voor paarden en boerderijdieren, in jouw taal.